Zo maak je een kampvuur
RevolutionRace
1min
Bijgewerkt: 21 oktober 2026
Gepubliceerd op 26 juni 2023
Klaar om rond het kampvuur te zitten en marshmallows te roosteren? Maar voordat je kunt genieten van de warme gloed en lekkere hapjes, moet je weten hoe je een kampvuur maakt. In deze gids leggen we stap voor stap uit hoe je een veilig vuur opbouwt en brandend houdt. Van het kiezen van de perfecte plek tot het goed doven van de vlammen: alles komt aan bod. Pak dus je spullen erbij en laten we beginnen!
)
Kies je plek en verzamel materiaal
Bij het kiezen van een plek voor je kampvuur zijn er een paar belangrijke punten om rekening mee te houden. Controleer allereerst of vuur is toegestaan in jouw regio. Soms gelden er tijdelijk stookverboden vanwege droog of winderig weer, dus informeer altijd bij de lokale autoriteiten voordat je een vuur aansteekt.
Gebruik altijd een bestaande vuurplaats als die er is. Moet je zelf een vuurplaats maken? Kies dan een plek die minstens 4 à 5 meter verwijderd is van alles wat vlam kan vatten, zoals bomen, struiken of tenten. Zoek een vlakke plek die vrij is van losse takken, bladeren en ander afval. Graaf voor de vuurplaats een ondiep kuiltje en leg er een rand omheen van stenen of een metalen ring. Zo blijft het vuur op zijn plek en voorkom je dat het zich buiten het bedoelde gebied verspreidt.
Soorten brandmateriaal
Tondel:
Dit is het eerste materiaal waarmee je je kampvuur aansteekt. Tondel is elk materiaal dat gemakkelijk vlam vat, zoals droge bladeren, twijgjes of schors. Het moet droog en klein genoeg zijn om snel te ontbranden met een lucifer of aansteker.
Aanmaakhout:
Brandt je tondel? Leg er dan aanmaakhout bij om het vuur op te bouwen. Aanmaakhout bestaat uit kleine stokjes of takjes die iets dikker zijn dan je tondel. Ook dennenappels, houtsnippers of andere kleine houtresten werken goed. Die vatten snel vlam en laten het vuur groeien.
Brandhout:
Brandt je kampvuur goed? Voeg dan grotere houtblokken of stukken brandhout toe. Die branden langer en leveren het grootste deel van de warmte. Kies goed gedroogd hout, want nat of vers hout geeft meer rook en brandt minder goed.
Het vuur opbouwen
Verschillende soorten vuur
Een veilig en efficiënt vuur maken vraagt meer dan een stapel hout en een lucifer. Als je de verschillende manieren kent om een vuur op te bouwen en waar ze goed voor zijn, kun je een vuur maken dat langer, heter en veiliger brandt.
Tipi
Leg een paar kleine stukjes droog aanmaakhout in het midden van de plek waar je het vuur wilt maken. Zet er daarna grotere stokken of stukken hout schuin tegen elkaar omheen, zodat ze een tipi vormen. Steek het aanmaakhout in het midden aan. De vlammen worden groter en slaan over op de stokken. Voeg steeds grotere stukken hout toe naarmate het vuur groeit.
Voordelen:
Handig om snel en makkelijk een vuur aan te steken.
Laat lucht goed doorstromen, zodat het vuur blijft branden.
De grootte van het vuur is gemakkelijk aan te passen door hout bij te leggen.
Nadelen:
Vraagt regelmatig aandacht om de tipivorm te behouden.
Minder geschikt om op te koken, omdat de opbouw instort naarmate het vuur opbrandt.
Gaat snel door je hout heen als je het niet goed in de gaten houdt.
Blokhut
Leg twee stukken hout evenwijdig aan elkaar neer, met een kleine ruimte ertussen. Leg daar twee stukken hout haaks overheen. Herhaal dit patroon en wissel steeds de richting van de blokken af, tot je vier of vijf lagen hebt. Laat in het midden van de opbouw een opening vrij om het vuur aan te steken. Steek het aanmaakhout in het midden aan. De vlammen worden groter en slaan over op de blokken. Voeg steeds grotere stukken hout toe naarmate het vuur groeit.
Voordelen:
Geeft een vuur dat langer brandt, omdat de opbouw langzaam opbrandt.
Biedt een stabiele ondergrond om op te koken.
Ideaal voor grotere vuren.
Nadelen:
Kost meer tijd om op te bouwen dan de andere soorten.
Kan lastig aan te steken zijn.
Piramide
Leg je grootste blokken naast elkaar in één laag, te beginnen met drie of vier. Leg daar bovenop een tweede laag iets kleinere blokken, een kwartslag gedraaid. Bouw zo verder met afwisselende lagen en maak de blokken steeds kleiner. Leg tot slot je aanmaakhout en tondel bovenop om het vuur aan te steken. Zo brandt het vuur langzaam en gelijkmatig van boven naar beneden.
Voordelen:
Brandt lang en gelijkmatig.
Ideaal om op te koken, omdat de opbouw stabiel is.
Nadelen:
Kan lastig stabiel te houden zijn naarmate de blokken opbranden.
Kan moeilijker aan te steken zijn.
Een vuur maken met nat hout
Een kampvuur maken met nat hout in vochtig weer is lastig. Met deze tips krijg je het vuur toch aan het branden:
Kloof hout en aanmaakhout. Kleinere stukken vatten sneller vlam en het droge hout aan de binnenkant brandt makkelijker.
Leg geleidelijk meer hout bij. Een vuur maken met nat hout kost meer tijd en geduld. Reken erop dat je langer met het vuur bezig bent en zo nodig extra aanmaakhout moet toevoegen.
Kies de tipi-opbouw. Nat hout geeft meer rook en minder warmte, dus zorg dat er genoeg lucht bij kan om het vuur te laten branden. Een hoge opbouw, zoals de tipi, is ideaal bij vochtig weer.
Steek het vuur laag aan. Wil je dat je vuur langer brandt en meer warmte geeft, begin dan onderaan. Zo droogt de hitte het hout geleidelijk terwijl de vlammen omhoog trekken. Nog een tip: steek je vuur aan de kant aan waar de wind vandaan komt. De wind blaast de vlammen dan door je tondel en aanmaakhout, waardoor ze sneller vlam vatten.
Gebruik een vuurstarter. Lukt het niet om het vuur aan de gang te krijgen, dan kun je een vuurstarter gebruiken om het aanmaakhout aan te steken. Een kant-en-klare vuurstarter (zoals aanmaakblokjes), wattenbolletjes met vaseline of pluisjes uit de wasdroger werken allemaal goed.
Het vuur doven
Doof je vuur altijd goed, zodat er geen risico op natuurbrand ontstaat. Verspreid eerst de gloeiende resten en as met een schep of stok, zodat ze afkoelen. Giet er daarna water overheen en meng de as en resten met de grond om nog gloeiende plekken te doven. Laat de vuurplaats tot slot achter zoals je die aantrof: ruim afval of rommel op en verspreid de as over een groot gebied.
Kampvuurveiligheid: do’s en don’ts
Vergeet niet dat een kampvuur gevaarlijk kan zijn en dat je er voorzichtig mee moet omgaan. Met deze do’s en don’ts geniet je van je kampvuur en houd je jezelf en de natuur veilig.
Do’s
Maak je kampvuur in een daarvoor bestemde vuurring of vuurplaats, als die er is.
Verwijder droge bladeren, takjes en ander brandbaar materiaal rond je kampvuur.
Houd een emmer water of een schep binnen handbereik voor als je het vuur snel moet doven.
Houd het vuur klein en onder controle en laat het nooit onbewaakt achter.
Zorg dat het vuur helemaal uit is voordat je weggaat of gaat slapen.
Don’ts
Maak geen kampvuur als er een stookverbod of andere beperkingen gelden.
Maak geen kampvuur op een plek waar het zich makkelijk kan verspreiden, zoals vlak bij droog gras, struiken of overhangende takken.
Gebruik geen benzine of andere brandbare vloeistoffen om het vuur aan te steken.
Laat het kampvuur nooit onbewaakt achter, ook niet even.
Laat kinderen en huisdieren niet in de buurt van het kampvuur spelen.
Gooi geen afval of andere materialen in het vuur.
)
)
)
)